Hoe zit het precies met de vrijstellingen voor PvB’s?
Bij vrijstellingen ga je uit van een tweedeling: Eerder of elders verworven competenties (EVC) en eerder of elders verworven kwalificaties (EVK).
EVC
Een EVC kun je aantonen middels het aanleveren van bewijslast. Dit kun je plaatsen in je portfolio. Desgewenst kun je feed back vragen aan je leercoach of praktijkbegeleider. Uiteindelijk wordt dit beoordeeld door de beoordelaar. Hiervoor krijg je dus geen vrijstelling. Let er goed op dat de bewijslast zo is samengesteld dat aan de beoordelingscriteria is voldaan. Dit is niet altijd even gemakkelijk.
Een voorbeeld:
Marja doet de cursus LT3. Zij werkt bij een middelgrote gemeente en organiseert daar activiteiten voor het personeel. De beoordelingscriteria luiden:
1. Maakt bij de organisatie gebruik van een draaiboek
2. Rapporteert over de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van de activiteit
3. Houdt rekening met beschikbare middelen en materialen
4. Werkt samen met anderen
5. Zorgt dat iedereen weet wat er van hen wordt verwacht
6. Draagt verantwoordelijkheid en neemt beslissingen
7. Handelt activiteit af
8. Stemt de activiteit af op de belevingswereld van de lopers
9. Treedt op bij onveilige situaties
10. Reflecteert op het eigen handelen tijdens het organiseren van de activiteit
11. Bewaakt waarden en stelt normen
Met name criterium 8 wordt lastig. Het personeel van de gemeente bestaat niet uit lopers. Het is dan zaak om een toelichting te geven op de bewijslast en daarin aan te geven wat het specifieke is van lopers en waar je dan rekening mee moet houden. Al de andere criteria zijn in principe aan te tonen met bewijs uit haar werk.
EVK
Een EVK betekent dat iemand een competentie heeft en deze kan aantonen met een kwalificatie (bijvoorbeeld diploma ALO). Hiervoor krijgt de cursist dan een vrijstelling. De vrijstelling wordt pas toegekend als deze 1 op 1 (per competentie) is vergeleken door een deskundige. Bijvoorbeeld: Een afgestudeerde ALO docent kan met zijn kwalificatie een trainerslicentie opvragen via de afdeling opleidingen voor een LT3 trainer. Hij krijgt dan na het invullen van het formulier en het aanleveren van een kopie van zijn kwalificatie een licentie LT3. Hij zal echter geen diploma LT3 ontvangen. Dit is in de huidige opleidingsstructuur ook het geval.
Binnen het model van de Atletiekunie
Een LT3 die de AT3 cursus wil volgen krijgt voor 3 van de 4 PvB’s vrijstelling (omdat hij/zij deze al heeft afgerond in de LT3 opleiding). De cursist moet dan 1 PvB voltooien om in aanmerking te komen voor het diploma AT3. Het betreft in dit geval de PvB 3.1 Geven van Training. Hiervoor wordt een kortingsregeling opgesteld.
Binnen het model van de Kwalificatie Structuur Sport (KSS)
Indien een cursist een opleiding op niveau 3 van een andere bond heeft gevolgd (vallend binnen de Kwalificatie Structuur Sport (KSS)) dan krijgt deze cursist 2 vrijstellingen. Voor 3.3. Organiseren van een activiteit en 3.4 Aansturen van kader. De competenties 3.1. Geven van trainingen en 3.2. Coachen bij wedstrijden dienen binnen de opleiding van de Atletiekunie worden gedaan.
Vastegetseld door de Toetsingscommissie van de Atletiekunie op 9 maart 2010.
|