Om succesvol van deze optie gebruik te maken is het noodzakelijk de onderstaande informatie goed door te lezen. Omdat deze mogelijkheid nieuw is, het dringende verzoek om daarna telefonisch contact op te nemen met de afdeling Opleidingen van de Atletiekunie 026-4834800.
Inleiding
In de nieuwe opleidingsstructuur is het mogelijk om, zonder het volgen van een opleidingstraject, direct de Proeve van Bekwaamheid af te leggen. De achtergrond hiervan is dat het competentiegerichte leren uitgaat van het feit dat een trainer op een andere wijze dan door het volgen van een opleiding zich ook de juiste competenties eigen kan maken. Bijvoorbeeld door zelfstudie, samenwerken met ervaren trainers, achtergrond hebben op basis van een bepaalde sport opleiding enz. Om de proeven met succes te af kunnen leggen is de volgende procedure opgesteld.
Procedure
Stap 1:
De trainer leest de PvB-beschrijvingen die bij de gewenste opleiding horen (bijvoorbeeld Juniorenatletiektrainer 3). De trainer overtuigt zich van het feit dat hij/zij de proeven met succes kan afleggen (dus ook of hij/zij over de benodigde bewijslast beschikt). De criteria waaraan de trainer moet voldoen staan in de PvB-beschrijving vermeld. Uit deze criteria blijkt ook over welke bewijslast/bewijsstukken (waaruit blijkt dat hij/zij competent is) de trainer moet beschikken om de PvB’s te kunnen afleggen.
Let op: in de nieuwe opleidingen worden meer competenties gevraagd dan het geven van training en het coachen van wedstrijden. Met name ook het organiseren (niveau 3) of het assisteren (niveau 2) bij een evenement.
Stap 2:
De trainer meldt zich aan voor het doen van PvB’s via de site van de Atletiekunie. Hier vindt ook de betaling voor de PvB’s plaats. De afdeling Kaderontwikkeling van de Atletiekunie zorgt ervoor dat de trainer een inlogcode krijgt voor de Elektronische Leeromgeving (ELO) van de Atletiekunie. Daar kan de trainer de betreffende PvB’s aanvragen. Op het moment dat de aanvraag wordt gedaan wordt door het systeem gevraagd een aantal (gewaarmerkte[1]) bewijsstukken te uploaden.
Stap 3:
Alle bewijslast is ingebracht (uploaden) in de juiste portfolio’s (verzamelmap met bewijzen daarin). Het is de verantwoordelijkheid van de trainer om ervoor te zorgen dat de bewijslast zo is samengesteld (compleet is) dat de beoordelaar kan beoordelen of aan alle beoordelingscriteria is voldaan. Dan vindt de beoordeling plaats. Een beoordelaar krijgt toegang tot het te beoordelen portfolio van de cursist en beoordeelt het één en ander. Is het portfolio incompleet (met andere woorden is niet objectief vast te stellen of aan alle criteria is voldaan) of inhoudelijk niet goed dan wordt het als onvoldoende beoordeeld. Heeft de beoordelaar objectief kunnen vaststellen dat aan alle criteria is voldaan dan is de trainer geslaagd voor die PvB.
Via het systeem is direct te zien of de beoordeling voldoende of onvoldoende is. Bij onvoldoende heeft de trainer nog 2 herkansingen om zich alsnog te kwalificeren. Bij een onvoldoende beoordeling wordt door de beoordelaar aangegeven welke criteria onvoldoende zijn beoordeeld. In de toelichting kan de beoordelaar suggesties geven over wat er verbeterd moet worden. De trainer kan met de verbeterpunten aan de slag en kan, zodra hij dit heeft gedaan, een herkansing aanvragen.
Er is onderscheid te maken in de diverse niveaus: op niveau 2 (de assistent trainer) worden 3 competenties getoetst, allen via de zogenaamde portfolio beoordeling.
Op niveau 3 (de zelfstandige trainer) geldt dat 3 van de 4 competenties via een portfolio worden getoetst. Eén competentie wordt getoetst via een portfolio beoordeling én een praktijkbeoordeling. Dit betreft de competentie: “Geven van trainingen”. Voorafgaande aan deze praktijksessie dient wel een aantal zaken, weer via het portfolio, beschikbaar te zijn voor de beoordelaar. (Zie hiervoor ook de PvB-beschrijving 3.1) Het betreft met name een Jaarplan met daarin uitgewerkte trainingen.
De praktijksessie zal in overleg met de trainer worden gepland. De trainer geeft een aantal data op waarop hij/zij training geeft. De Atletiekunie zorgt ervoor dat op één van deze data een beoordelaar ter plaatse de beoordeling kan doen.
Stap 4:
De trainer slaagt of zakt voor zijn PvB. Indien hij/zij zakt dan zijn maximaal 2 herkansingen mogelijk. De beoordelaar heeft aangegeven waarom de trainer is gezakt en daarom kan de trainer gericht werken naar een nieuw af te leggen PvB.
Indien hij/zij slaagt voor alle 4 de PvB’s dan is totale kwalificatie bereikt en kan de trainer zijn/haar diploma tegemoet zien. Deze wordt opgestuurd door de Toetsingscommissie van de Atletiekunie.
EVC
De bovenstaande procedure gaat feitelijk uit van EVC’s, de zogenaamde eerder of elders verworven competenties. Sportbreed is afgesproken dat EVC’s geen vrijstelling geven voor het doen van een opleiding maar wel de mogelijkheid om direct te laten zien dat je het kunt (via toetsing tijdens een PvB).
EVK
Er kan ook sprake zijn van EVK’s, de zogenaamde Eerder Verworven Kwalificaties. Wat is een kwalificatie? Een kwalificatie is een bewijsstuk, bijvoorbeeld een diploma of certificaat dat je hebt voor het volgen een bepaalde opleiding/scholing. De inhoud van de gevolgde opleiding/scholing moet relevant zijn voor de opleiding die je bij de Atletiekunie wilt volgen. Dit betekent dat een trainer door middel van diploma’s aan kan tonen dat hij/zij reeds gekwalificeerd is. Hierbij kun je denken aan een diploma van een andere bond of een diploma van een studie. Een trainer die bijvoorbeeld Gymnastiek Leider Niveau 3 bij de KNGU heeft gehaald kan bij de Atletiektrainer 3 volstaan met het halen van de PvB’s 3.1 Geven van training (en wellicht PvB 3.2. Coachen bij wedstrijden). In hoeverre dit laatste op gaat moet sportbreed nog bekeken en besloten worden.
Het werken met EVK’s werkt ook binnen het totale opleidingsmodel van de Atletiekunie. Een trainer die de Atletiektrainer 3 succesvol heeft afgerond en daarom is geslaagd voor de PvB’s:
- 3.1. Geven van trainingen
- 3.2. Coachen bij wedstrijden
- 3.3. Aansturen van Kader
- 3.4. Organiseren van een activiteit
kan vervolgens zijn diploma halen voor Juniorenatletiektrainer 3 door alleen de PvB 3.1. Geven van training voor de Juniorenatletiektrainer 3 te doen.
Kosten en voorwaarden
Niveau 3
De kosten voor het afnemen van alle Proeve van Bekwaamheid, inclusief een praktijksessie, op niveau 3 zijn € 245,00 (ledentarief) en € 367,50 (niet-leden tarief). Het is niet mogelijk 1 ‘losse’ PvB af te nemen tegen een gereduceerd tarief.
De termijn dat de trainer mag doen over de PvB’s op niveau 3 is 5 maanden (inclusief herkansingen). Hierbij gaat de Atletiekunie uit van het feit dat de trainer alle bewijslast reeds verzameld heeft en direct na aanmelding kan starten met het uploaden. Het is de verantwoordelijkheid van de trainer de praktijksessie zo te plannen dat de 4 maanden voldoende is om deze, en mogelijk één of twee herkansingen, te kunnen doen.
|